|
|
|
| ECLI:NL:RBGEL:2026:7601 | | | | | Datum uitspraak | : | 06-10-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 09-10-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Gelderland | | Zaaknummers | : | ARN 25/6000 | | Rechtsgebied | : | Bestuursprocesrecht | | Indicatie | : | In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de weigering van de Dienst Toeslagen om aan eiseres compensatie toe te kennen in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie aan eiseres heeft toegekend. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. | | Trefwoorden | : | kinderopvangtoeslag | | | | Uitspraak | RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/6000
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 oktober 2026
in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. P.G.W. van Wees),
en
Dienst Toeslagen
(gemachtigden: mr. S. Buch en mr. I. Mulder).
Samenvatting
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de weigering van de Dienst Toeslagen om aan eiseres compensatie toe te kennen in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de weigering om aan eiseres compensatie toe te kennen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de Dienst Toeslagen terecht geen compensatie aan eiseres heeft toegekend. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag in de toeslagjaren 2012 tot en met 2015. Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen eiseres laten weten dat zij niet in aanmerking komt voor compensatie voor de toeslagjaren 2012 tot en met 2015. Met het bestreden besluit van 6 november 2025 op het bezwaar van eiseres is de Dienst Toeslagen bij dit besluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigden van de Dienst Toeslagen.
Beoordeling door de rechtbank
Achtergrond
3. Eiseres heeft voor de jaren 2012 tot en met 2015 kinderopvangtoeslag ontvangen. De Dienst Toeslagen heeft de in deze jaren door eiseres ontvangen (voorschotten) kinderopvangtoeslag om diverse redenen herzien. De herzieningen hebben er toe geleid dat eiseres ontvangen kinderopvangtoeslag heeft moeten terugbetalen. Eiseres heeft de Dienst Toeslagen gevraagd om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag in de toeslagjaren 2012 tot en met 2015. De Dienst Toeslagen heeft besloten dat eiseres niet in aanmerking komt voor een herstelmaatregel voor de toeslagjaren 2012 tot en met 2015, omdat geen sprake is van vooringenomen handelen of te harde uitvoering van het wettelijk systeem.
Toetsingskader
4. Als iemand die kinderopvangtoeslag heeft gehad, schade heeft geleden omdat er voor 23 oktober 2019 sprake was van institutionele vooringenomenheid of omdat er sprake was van onbillijkheden van overwegende aard (erg oneerlijke gevolgen) door de hardheid waarmee de Dienst Toeslagen voor 23 oktober 2019 het wettelijke systeem toepaste, dan kent de Dienst Toeslagen op aanvraag compensatie toe.
Omvang van het geding
5. Tussen partijen is in geschil of de Dienst Toeslagen terecht heeft geconcludeerd dat eiseres niet in aanmerking komt voor een herstelmaatregel voor de toeslagjaren 2014 en 2015.
Heeft de Dienst Toeslagen terecht geconcludeerd dat eiseres niet in aanmerking komt voor compensatie of een tegemoetkoming voor het toeslagjaar 2014?
6. Eiseres betoogt dat de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaarschrift van 4 oktober 2016 tegen de beslissing van 15 augustus 2016 over dit toeslagjaar onevenredig hard is. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat de vooringenomenheid in de behandeling van het bezwaar zit, omdat aan haar niet is gevraagd waarom zij te laat bezwaar heeft gemaakt. Eiseres stelt dat zij als gevolg van deze beslissing is blijven zitten met een hoge terugvordering, terwijl niet ondenkbaar is dat het besluit haar pas later heeft bereikt. Eiseres zat destijds in een lastige echtscheidingssituatie en is door deze beslissing onevenredig hard in haar belangen geraakt.
6.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De Dienst Toeslagen stelt zich terecht op het standpunt dat de terugvordering van de kinderopvangtoeslag over het toeslagjaar 2014 het gevolg is van reguliere wijzigingen van het recht op kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen heeft de kinderopvangtoeslag bijgesteld vanwege het aantal gewerkte uren van de toenmalige toeslagpartner van eiseres en het aantal uren aan opvang toegekend waar eiseres op basis van de urenkoppeling in dat jaar recht op had. Het betoog van eiseres dat de Dienst Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld omdat de Dienst Toeslagen niet aan haar heeft gevraagd waarom zij te laat bezwaar heeft gemaakt, volgt de rechtbank niet. Het is onzorgvuldig dat de Dienst Toeslagen dit tijdens de bezwaarprocedure niet aan eiseres heeft gevraagd, maar onvoldoende om te concluderen dat de Dienst Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld. Andere omstandigheden die in samenhang met deze onzorgvuldigheid tot de conclusie leiden dat er sprake is van vooringenomenheid zijn de rechtbank niet gebleken. Bovendien geldt dat de hersteloperatie toeslagen niet is bedoeld om fouten te herstellen, die bij de besluitvorming zijn gemaakt. De Dienst Toeslagen stelt naar het oordeel van de rechtbank ook terecht dat geen sprake is van hardheid van het stelsel. De terugvorderingen zijn niet het gevolg van een te harde uitwerking van het wettelijk systeem. De kinderopvangtoeslag is niet op nihil gesteld en ook niet op grond van een bijzondere omstandigheid in zijn geheel teruggevorderd.
Heeft de Dienst Toeslagen terecht geconcludeerd dat eiseres niet in aanmerking komt voor compensatie of een tegemoetkoming voor het toeslagjaar 2015?
7. Eiseres betoogt dat de correctie en terugvordering over het toeslagjaar 2015 het gevolg is van een fout van de Dienst Toeslagen en dat eiseres daarom moet worden aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire.
7.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De Dienst Toeslagen heeft de kinderopvangtoeslag voor het toeslagjaar 2015 bijgesteld op basis van de door eiseres doorgegeven wijziging in het aantal opvanguren, de stopzetting van de kinderopvangtoeslag per 1 december 2015 en de ingediende jaaropgave. Uit de jaaropgave volgt dat door een onjuiste, dubbele registratie van een deel van de opvanguren van een van de kinderen van eiseres te veel opvanguren zijn toegekend. Het betoog van eiseres dat zij als gevolg van deze onjuiste registratie van opvanguren als gedupeerde moet worden aangemerkt, volgt de rechtbank niet. Door de bijstelling en terugvordering van de kinderopvangtoeslag vanwege de onjuiste registratie van het aantal opvanguren, heeft eiseres uiteindelijk aan kinderopvangtoeslag gekregen waar zij recht op had. De Dienst Toeslagen stelt zich naar het oordeel van de rechtbank ook terecht op het standpunt dat geen sprake is van hardheid van het stelsel. De kinderopvangtoeslag is namelijk niet op nihil gesteld en ook niet op grond van een bijzondere omstandigheid in zijn geheel teruggevorderd.
Heeft de Dienst Toeslagen zorgvuldig gehandeld?
8. Eiseres betoogt dat zij het gevoel heeft dat haar zaak niet juist of niet volledig is beoordeeld, nu zij door de gemeente in meerdere brieven als erkend gedupeerde is aangemerkt.
8.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Het is aan de Dienst Toeslagen om te beoordelen of een ouder als een gedupeerde van de Toeslagenaffaire moet worden aangemerkt. De Dienst Toeslagen stelt terecht dat uitlatingen van de gemeente hierover niet aan de Dienst Toeslagen kunnen worden toegerekend. De rechtbank ziet ook overigens geen aanknopingspunten voor het betoog van eiseres dat de Dienst Toeslagen haar zaak niet volledig zou hebben beoordeeld.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen recht heeft op compensatie in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in aanwezigheid van mr. C.M.J.C. Rooding, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Dit volgt uit artikel 2.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
Artikel 8a, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkoming in kosten kinderopvang en artikel 1.7, vierde lid, van de Wet kinderopvang. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|