Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBROT:2026:13989 
 
Datum uitspraak:01-09-2026
Datum gepubliceerd:15-10-2026
Instantie:Rechtbank Rotterdam
Zaaknummers:C/10/724117 / KG ZA 26-81 C/10/724117 / KG ZA 26-81
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Kort geding. Nakomingsvordering. Eiser vordert afgifte van een schip door gedaagden. Deels toewijzing. Reconventie. Opheffing beslag. Eiser heeft voorafgaand aan dit kort geding ten laste van gedaagden conservatoir scheepsbeslag gelegd tot afgifte van het schip aan haar. Gedaagden vorderen de opheffing van het beslag en nakoming van afspraken in een overeenkomst tussen partijen. Afwijzing.
Trefwoorden:terbeschikkingstelling
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven


Zaaknummer: C/10/724117 / KG ZA 26-819


Vonnis in kort geding van 1 september 2026


in de zaak van


NAVISWISS SCHIFFFAHRT A.G.,
gevestigd in Maienfeld, Zwitserland,
eisende partij,
advocaten: mr. J.C. van Zuethem en mr. M.L.W. Weerts,

tegen




1RELATIONSHIP SCHEEPVAART B.V.,
gevestigd in Rotterdam,2. [persoon A],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
advocaat: mr. L.P. Quist.

Partijen worden hierna NaviSwiss, RS en [persoon A] genoemd. RS en [persoon A] worden hierna samen RS c.s. genoemd.





1De zaak in het kort

NaviSwiss vordert afgifte van een schip door RS c.s. Partijen twisten over de vraag wie rechtsgeldig exploitant is van dat schip. NaviSwiss heeft voorafgaand aan dit kort geding ten laste van RS conservatoir scheepsbeslag gelegd tot afgifte van het schip aan haar. RS c.s. concluderen tot afwijzing van de vorderingen van NaviSwiss en stellen ook reconventionele vorderingen in, waaronder de opheffing van het beslag en nakoming van afspraken in een overeenkomst tussen partijen. De voorzieningenrechter wijst een deel van de vorderingen van NaviSwiss toe. De reconventionele vorderingen worden afgewezen.





2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 31 juli 2026, met 20 bijlagen;
- de akte aanvulling van eis van NaviSwiss;- de conclusie van antwoord, tevens inhoudende eis in reconventie, met 34 bijlagen;
- de akte vermeerdering van eis in reconventie;- de mondelinge behandeling van 18 augustus 2026;- de spreekaantekeningen van mr. J.C. van Zuethem en mr. M.L.W. Weerts;- de spreekaantekeningen van mr. L.P. Quist.






3Relevante feiten


3.1.
Op 13 november 2024 is tussen Dritte Relationship Schifffahrt GmbH & Co. KG (hierna: Dritte) en NaviSwiss een bareboatovereenkomst tot stand gekomen, waarbij Dritte (der Verpächter) het onbemande binnentankmotorschip, de mts "Relationship III" (hierna: het schip), aan NaviSwiss (der Pächter) verhuurt (hierna: de bareboatovereenkomst). De bareboatovereenkomst heeft een looptijd tot 31 december 2026.



3.2.
Op 15 november 2024 is tussen NaviSwiss en RS een overeenkomst (met de titel ‘Transportvertrag’) tot stand gekomen, waarbij de volgende bepalingen van belang zijn:


“§ 1


NaviSwiss als Ausrüster des Schiffes TMS Relationship III ( [nummer] ) stellt dem Unternehmen RS BV das Schiff zur ausschließlichen Befrachtung und Disposition ab dem 15.01.2025 zur Verfügung.



Das Schiff wird ordnungsgemäß ausgerüstet, versichert und bemannt zum Einsatz in den Fahrgbebiet, Rhein, Main, Mosel, Elbe, Weser, Oder, Donau, Westdeutsches Kanalgebiet, sowie belgische/holländische Wasserstraßen (soweit für diese Schiffsgröße zulässig) zur Verfügung gestellt.



§2


TMS “Relationship III” wird im Rahmen der Möglichkeiten von RS BV für den Transport von Gütern, für die das Schiff zugelassen ist, eingesetzt, NaviSwiss führt die Transportauffräge entsprechend den Angaben der Dispositionsstelle der RS BV aus.”




3.3.
Op 16 juli 2026 heeft NaviSwiss de overeenkomst met RS met onmiddellijke ingang opgezegd. De opzeggingsbrief is op dezelfde dag aan RS betekend.



3.4.
Op 20 juli 2026 is op verzoek van NaviSwiss conservatoir scheepsbeslag tot afgifte gelegd ten laste van RS.






4Het geschil


In conventie



4.1.
NaviSwiss vordert, na aanvulling van haar eis, dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. RS c.s. hoofdelijk veroordeelt tot afgifte van het schip aan (de bemanning van) NaviSwiss op de ligplaats waar het schip zich ten tijde van de betekening van het vonnis bevindt (thans Rotterdam), althans een door de voorzieningenrechter te bepalen locatie, waarbij RS c.s. alle zaken die het schip toebehoren op het schip achterlaten en de sleutel verstrekken aan de door NaviSwiss aan te wijzen kapitein binnen 48 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis, en het schip alsdan dienen te verlaten en verlaten te houden, op straffe van een dwangsom van € 100.000,00 ineens, te vermeerderen met € 10.000,00, per dag of gedeelte van een dag dat RS c.s. of één van hen hiermee in gebreke blijven, met een maximum van € 1.000.000,00;

2. NaviSwiss machtigt om, indien RS c.s. met de hiervoor bedoelde afgifte in gebreke blijven, die afgifte zelf te (doen) bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie (artikel 3:299 BW juncto art. 491 e.v. en 555 e.v. Rv);

3. een locatieverbod oplegt aan [persoon A] voor het schip en een gebied van vijfhonderd meter rondom het schip alsmede RS c.s. te verbieden derden naar het schip te (laten) zenden en voor zover derden aan boord zijn RS c.s. te gebieden deze van boord te halen, op straffe van een dwangsom van € 25.000,00 ineens, te vermeerderen met € 1.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat [persoon A] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 250.000,00;

4. RS c.s. hoofdelijk veroordeelt in de kosten van de procedure, de nakosten daaronder begrepen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis.



4.2.
RS c.s. voeren verweer. RS c.s. concluderen tot afwijzing van de vorderingen van NaviSwiss, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van NaviSwiss in de kosten van deze procedure, met rente.


in reconventie




4.3.
RS c.s. vorderen dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
1. het op 28 juli 2026 ten laste van RS c.s. gelegde conservatoir beslag tot afgifte van het schip opheft, althans NaviSwiss veroordeelt dit beslag binnen 24 uur na betekening van het vonnis te doen opheffen op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat NaviSwiss daarmee in gebreke blijft;

2. NaviSwiss veroordeelt tot nakoming van haar verplichtingen uit §1 en §2 van het Transportvertrag van 15 november 2024 door, totdat in een bodemprocedure anders is beslist, het gebruik, de exclusieve bevrachting en de dispositie van het schip door RS c.s. te gehengen en te gedogen, en NaviSwiss in dat kader te verbieden om: (i) door of namens RS c.s. ingezette bemanning de toegang tot het schip te ontzeggen of van boord te (doen) verwijderen; (ii) buiten RS c.s. om aan leveranciers, terminals, bevrachters, verzekeraars of autoriteiten instructies te geven met betrekking tot de inzet, de ligplaats, de documenten of de facturering van het schip; en (iii) de vaart of de laad- en losoperaties van het schip feitelijk te (doen) blokkeren; een en ander op straffe van een dwangsom van € 25.000,00 per overtreding, te vermeerderen met € 5.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 500.000,00;

3. NaviSwiss veroordeelt om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis: (i) schriftelijk aan Transafe B.V. te bevestigen dat zij geen bezwaar heeft tegen uitvoering van de door RS c.s. opgedragen pre-EBIS/Transafe-inspectie van het schip; (ii) de inspecteurs ten behoeve van die inspectie toegang tot het schip te verlenen, althans die toegang niet te verhinderen; en (iii) de aan boord aanwezige dan wel onder haar berustende onderhouds-, certificerings- en schadedossiers van het schip voor die inspectie beschikbaar te stellen; althans NaviSwiss te veroordelen tot medewerking, met dezelfde onder (i) tot en met (iii) omschreven handelingen, aan een inspectie door een door de voorzieningenrechter aan te wijzen onafhankelijke deskundige; een en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat NaviSwiss met enige van deze handelingen in gebreke blijft, met een maximum van € 250.000,00;

4. NaviSwiss veroordeelt in de kosten van het geding in reconventie, de nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het te wijzen vonnis;

5. zodanige voorzieningen treft als de voorzieningenrechter in goede justitie geraden acht.






5De beoordeling


bevoegdheid en toepasselijk recht in conventie en in reconventie


5.1.
Er is sprake van een internationale zaak, omdat NaviSwiss buiten Nederland is gevestigd. Daarom moet ambtshalve worden beoordeeld of de voorzieningenrechter in conventie rechtsmacht heeft. RS is gevestigd in een lidstaat van de Brussel I bis-Verordening, zodat de rechtsmacht van de Nederlandse rechter moet worden beoordeeld aan de hand van de bevoegdheidsregels van die verordening. Op grond van artikel 4 van die verordening heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht, omdat RS in Nederland is gevestigd. Op grond van artikel 99 Rv is (de voorzieningenrechter in) de rechtbank Rotterdam ook relatief bevoegd, omdat RS is gevestigd binnen het rechtsgebied van deze rechtbank.
Het voorgaande geldt ook ten aanzien van [persoon A] die in [woonplaats] woont.



5.2.
NaviSwiss grondt haar vordering op een overeenkomst die naar haar zeggen een tijdbevrachtingsovereenkomst is en die is gesloten tussen NaviSwiss en RS. In die overeenkomst hebben partijen uitdrukkelijk gekozen voor het recht van Duitsland. Een overeenkomst wordt beheerst door het recht dat partijen hebben gekozen. De overeenkomst wordt dus beheerst door het recht van Duitsland.



5.3.
Ook ten aanzien van de reconventionele vorderingen is de Nederlandse rechter op grond van artikel 8 van de Brussel I bis-Verordening bevoegd, omdat deze vorderingen voortspruiten uit het rechtsfeit waarop de vorderingen in conventie zijn gegrond.



5.4.
RS c.s. gronden vordering 1 op artikel 705 lid 2 Rv. Artikel 10:3 BW bepaalt dat op een procedure voor de Nederlandse rechter het Nederlands procesrecht van toepassing is. Artikel 705 Rv maakt onderdeel uit van het Nederlands procesrecht en is dus op deze procedure van toepassing. Vordering 2 en 3 zijn gestoeld op artikel 241 en artikel 242 BGB. Ingevolge artikel 10:127 lid 2 BW wordt het goederenrechtelijke regime met betrekking tot teboekstaande schepen beheerst door het recht van de staat waar het schip teboekstaat. Het schip staat ingeschreven in het Duitse scheepsregister. Dit betekent dat Duits recht van toepassing is op het goederenrechtelijke regime.


RS c.s. hebben in voldoende mate kunnen reageren op laat ingediende de stukken van NaviSwiss
5.5. RS c.s. zijn voldoende in de gelegenheid geweest om te reageren op de, volgens RS c.s. niet tijdig ingediende bijlagen N11 tot en met N20 van NaviSwiss.Tijdens de mondelinge behandeling hebben RS c.s. bezwaar gemaakt tegen de, in hun ogen niet tijdige, indiening van de bijlagen N11 tot en met N20 en de begeleidende brieven daarbij door NaviSwiss. Deze stukken zijn op vrijdag 14 augustus, zaterdag 15 augustus 2026 en maandag 17 augustus 2026 – de mondelinge behandeling was op 18 augustus – in het geding gebracht. Volgens RS c.s. hadden deze stukken eerder overgelegd kunnen en moeten worden omdat het stukken betreft van juni en juli 2026. Door te wachten met de indiening tot de laatste werkdag vóór de zitting heeft NaviSwiss RS c.s. de gelegenheid ontnomen de herkomst van die stukken te onderzoeken en tegenbewijs te verzamelen. Dit is in strijd met de goede procesorde, aldus RS c.s. RS c.s. verzoeken primair dat de deze stukken geheel (zowel de op 15 augustus als de op 17 augustus ingediende stukken), of subsidiair deels (alleen de op 17 augustus ingediende stukken) buiten beschouwing worden gelaten, of meer subsidiair om RS c.s. in de gelegenheid te stellen zich bij akte na de zitting uit te laten.
De voorzieningenrechter gaat hier niet in mee. Uit de spreekaantekeningen van mr. L.P. Quist blijkt dat RS c.s. voldoende heeft kunnen reageren op die stukken.


RS c.s. moeten het schip teruggeven aan NaviSwiss



5.6.
Vooropgesteld zij dat naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter sprake is van een tijdbevrachtingsovereenkomst in de zin van artikel 557 HGB. Dat is het geval omdat NaviSwiss een volledig uitgerust en bemand schip tegen een vergoeding aan RS ter beschikking stelt. Dat RS zeggenschap heeft over de bevrachting hoort daarbij en leidt daarom niet tot een ander oordeel. Door eigen bemanning aan boord te brengen en zelfstandig vrachten uit te voeren, handelt RS in strijd met de tijdbevrachtingsovereenkomst.
De vervolgvraag is of dit voldoende grond oplevert om de tijdbevrachtingsovereenkomst op te zeggen.



5.7.
NaviSwiss stelt dat zij de overeenkomst met RS rechtsgeldig heeft opgezegd. Zonder die overeenkomst bestaat er geen contractuele grondslag op basis waarvan RS c.s. nog enig gebruiksrecht kunnen ontlenen.
NaviSwiss heeft de tijdbevrachtingsovereenkomst op 16 juli 2026 met onmiddellijke ingang opgezegd omdat [persoon A] zichzelf en andere personen herhaaldelijk onbevoegd toegang heeft verschaft tot het schip en daarbij scheepsdocumenten en de boordtelefoon heeft meegenomen. Ondanks herhaaldelijke verzoeken van NaviSwiss om het schip onmiddellijk te verlaten, bleef [persoon A] het schip met eigen bemanning gebruiken voor het uitvoeren van transporten. Daar komt bij dat NaviSwiss aansprakelijkheids- en fiscale risico’s loopt, als ‘Ausrüster des Schiffes’, en verantwoordelijk is voor het schip, de bemanning en de verzekering. RS c.s. hebben de bemanning van NaviSwiss van boord hebben doen gaan, en vervolgens eigen bemanning aan boord gebracht en zijn met het schip zelfstandig gaan varen. Dit levert volgens NaviSwiss ‘verbotene Eigenmacht’ op, want NaviSwiss wordt door dit handelen in haar bezit gestoord als exploitant van het schip.
De tweede opzeggingsgrond betreft de betalingsachterstand van € 1.567.122,82, die niet door RS c.s. is betwist. NaviSwiss heeft RS c.s. op 10 juni 2026 verzocht het hele bedrag uiterlijk 17 juni 2026 te voldoen. Hier hebben RS c.s. geen gehoor aan gegeven. Ook niet na de brief van de advocaat van NaviSwiss op 16 juli 2026, met het laatste verzoek aan RS c.s. om het bedrag onmiddellijk te betalen.
Volgens NaviSwiss gelden deze opzeggingsgronden als zwaarwegende redenen in de zin van artikel 314 BGB. In een dergelijk geval is opzegging mogelijk zonder inachtneming van een opzegtermijn.



5.8.
RS c.s. voeren verweer. Volgens RS c.s. is de overeenkomst op de eerste plaats niet rechtsgeldig opgezegd, omdat artikel 314 BGB een gewichtige reden vereist die voortzetting van de overeenkomst onaanvaardbaar maakt. Daarvan is volgens RS c.s. geen sprake omdat de opzegging berust op (i) een onjuiste kwalificatie van de overeenkomst, (ii) een betwist bezitsrecht en (iii) een feitelijke lezing die geen steun vindt in het dossier (geen verklaringen van bemanningsleden, geen aangifte, geen objectieve vastlegging). Volgens RS c.s. had NaviSwiss geen zelfstandig bezit tegenover RS. NaviSwiss was de uitvoerende schakel voor service, crewing, technische begeleiding en onderhoud. Bovendien betwisten RS c.s. de gestelde betalingsachterstanden.
Verder betwisten RS c.s. dat er sprake is van ‘verbotene Eigenmacht’. Volgens RS c.s. moet de tijdbevrachtingsovereenkomst andersom gelezen worden, in die zin dat het RS is aan wie het schip ter beschikking is gesteld en dat NaviSwiss de door RS bepaalde transporten moet uitvoeren.
Tot slot betogen RS c.s. dat voor zover aan NaviSwiss ook enig bezitsrecht toekomt, dat geldt als ‘Mitbesitz’. Dat heeft als gevolg dat NaviSwiss geen bescherming van bezit kan vorderen in hun onderlinge relatie wat betreft de grenzen van het gebruik waarop partijen recht hebben.



5.9.
Zoals hiervoor is overwogen is het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter dat sprake is van een tijdbevrachtingsovereenkomst. Door de bemanning van NaviSwiss van boord te doen gaan en vervolgens met eigen bemanning het schip te varen en vrachten uit te voeren, handelen RS c.s. in strijd met de overeenkomst en is sprake van ‘verbotene Eigenmacht’. Het verweer van RS c.s. dat sprake is van ‘Mitbesitz’ treft daarom geen doel, want op grond van de overeenkomst was alleen NaviSwiss gerechtigd het schip te varen en het schip feitelijk onder zich te hebben.
Het voorgaande in combinatie met de torenhoge betalingsachterstand brengen de voorzieningenrechter tot het voorlopige oordeel dat NaviSwiss de tijdbevrachtingsovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd met onmiddellijke ingang. Dit betekent dat aan RS c.s. geen contractueel gebruiksrecht meer toekomt. RS c.s. moeten het schip daarom teruggeven aan NaviSwiss. De gevorderde afgiftetermijn van maximaal 48 uur na betekening van dit vonnis is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet disproportioneel en wordt daarom toegewezen. Dat is, anders dan RS c.s. stellen, geen declaratoire beslissing maar een beslissing die voortvloeit uit een voorlopig oordeel over de te verwachten uitkomst van een bodemprocedure. Het spoedeisend belang van NaviSwiss bij deze beslissing en een afweging van de belangen van partijen worden hierna nog beoordeeld. Dat NaviSwiss in het beslagrekest niet de volledige eigenaars- en exploitatiestructuur heeft geschetst leidt niet tot een ander oordeel. Het geschil daarover gaat het bestek van de vorderingen van NaviSwiss in dit kort geding ver te buiten. Bovendien heeft NaviSwiss tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat en welke procedures in dat kader al aanhangig zijn, waarop RS c.s. niet gereageerd hebben.


geen dwangsom



5.10.
NaviSwiss heeft – kort gezegd – de afgifte van het schip gevorderd op straffe van een dwangsom van € 100.000,00 ineens, vermeerderd met € 10.000,00 per dag of dagdeel dat RS c.s. niet aan de veroordeling voldoen, met een maximum van € 1.000.000,00. De noodzaak van het opleggen van een dwangsom heeft NaviSwiss onvoldoende onderbouwd. Dat het schip een hoge waarde vertegenwoordigd is daarvoor onvoldoende, zeker omdat NaviSwiss ook andere middelen – de sterke arm – ter beschikking staan.


geen machtiging om afgifte zelf te bewerkstelligen en ook geen machtiging sterke arm



5.11.
Naast een dwangsom vordert NaviSwiss ook machtiging om afgifte zelf te bewerkstelligen althans met behulp van de sterke arm van politie en justitie bij de tenuitvoerlegging vordering 1. De voorzieningenrechter wijst deze vorderingen af. Voor het eerste bestaat geen rechtsgrond en het tweede kan de deurwaarder op grond van zijn wettelijke bevoegdheden bewerkstelligen. Daarvoor is een rechterlijke machtiging niet vereist.


spoedeisend belang en belangenafweging



5.12.
NaviSwiss heeft een spoedeisend belang bij afgifte van het schip aan haar. NaviSwiss heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij schade lijdt doordat zij niet de beschikking over het schip heeft. Zij kan het schip niet inzetten en daardoor geen inkomsten generen, terwijl haar eigen verplichtingen jegens Dritte wel doorlopen. NaviSwiss is namelijk € 35.000 per maand verschuldigd aan Dritte voor de terbeschikkingstelling van het schip. Daarnaast lopen de kosten voor de bemanning ook door. Naast de voornoemde financiële risico’s heeft NaviSwiss voldoende aannemelijk gemaakt dat zij wordt blootgesteld aan risico’s op het punt van aansprakelijkheid en verzekeringsdekking. De belangen van RS c.s. die in belangrijke mate zien op informatievoorziening en een eigenaarsstructuur wegen daar niet tegen op. Anders dan RS c.s. menen staat niets in de weg aan het voeren van een bodemprocedure over informatie en afrekening.Het financieel belang van RS c.s. is bovendien onvoldoende onderbouwd. De voorzieningenrechter ziet ook overigens niet waarom een en ander invloed moet hebben op de belangenafweging in conventie.
Verder weegt mee dat NaviSwiss heeft te maken met het naderende einde van de bareboatovereenkomst. Op grond van de bareboatovereenkomst moet NaviSwiss het schip op 31 december 2026 teruggeven aan Dritte, in dezelfde staat waarin zij het heeft ontvangen van Dritte. Een vonnis in een bodemprocedure zal niet vóór 31 december 2026 worden gewezen. Daarom kan niet van NaviSwiss worden verwacht dat zij het oordeel in een bodemprocedure afwacht.


locatieverbod wordt afgewezen



5.13.
De voorzieningenrechter wijst het gevorderde locatieverbod af. Een locatieverbod kan alleen worden opgelegd als er sprake is van ernstig onrechtmatig handelen en van een concreet gevaar voor herhaling daarvan. Een locatieverbod is namelijk een ingrijpende maatregel die inbreuk maakt op het recht van een ieder op de persoonlijke levenssfeer, waaronder begrepen het recht om zich vrij te verplaatsen. Voor het opleggen van een dergelijke ingrijpende maatregel moet sprake zijn van feiten en omstandigheden die in hoge mate de inbreuk rechtvaardigen. In elk geval moet sprake zijn van een reële dreiging van toekomstig onrechtmatig handelen van RS c.s. richting NaviSwiss. Het is aan NaviSwiss om deze feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken. Daarin is zij niet geslaagd.



5.14.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft NaviSwiss onvoldoende gesteld en onderbouwd dat er een concreet gevaar is op herhaling van ernstig onrechtmatig gedrag op dusdanige wijze dat dit ook deze inbreuk op de bewegingsvrijheid van [persoon A] (of een door RS c.s. gestuurde persoon) rechtvaardigt. Weliswaar hebben RS c.s. zichzelf in het verleden onbevoegd toegang verschaft tot het schip en hierdoor inbreuk gemaakt op de rechten van NaviSwiss (en daarmee ook de eigenaar van het schip, Dritte). Uit niets blijkt echter dat RS c.s. ook na toewijzing van dit vonnis het schip onbevoegd zullen betreden.


de vorderingen in reconventie worden afgewezen



5.15.
Gezien het voorgaande bestaat er geen aanleiding om de vorderingen in reconventie – inhoudende opheffing van het beslag en nakoming van bepalingen uit de tijdbevrachtingsovereenkomst – toe te wijzen. De tijdbevrachtingsovereenkomst is rechtsgeldig opgezegd, dus er valt niets na te komen (vordering 2 en 3). De nevengevorderde dwangsommen delen dat lot.


RS c.s. moet de proceskosten betalen



5.16.
RS c.s. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in conventie en reconventie (inclusief nakosten) betalen. Omdat de reconventionele vorderingen voortvloeien uit het verweer in conventie, wordt het normaal toe te kennen salaris gehalveerd. De proceskosten van NaviSwiss worden begroot op:









- griffierecht


€


735,00







- salaris advocaat


€


1.765,50


(tarief voor gemiddelde zaak in conventie en gehalveerd voor de reconventie)





- nakosten


€


296,00


(bij conventie en reconventie plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


2.796,50











5.17.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.



Uitvoerbaar bij voorraad
5.18. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zoals is gevorderd. Dat past bij het aangenomen spoedeisend belang en het karakter van de gevraagde voorziening.






6De beslissing

De voorzieningenrechter


In conventie



6.1.
veroordeelt RS c.s. hoofdelijk tot afgifte van het schip, de mts “Relationship III” ( [nummer] ), aan (de bemanning van) NaviSwiss op de ligplaats waar het schip zich ten tijde van betekening van het vonnis bevindt, waarbij RS c.s. alle zaken die op het schip toebehoren op het op schip moeten achterlaten en de sleutel dienen te verstrekken aan de door NaviSwiss aan te wijzen kapitein binnen 48 uur na betekening van dit vonnis, en het schip alsdan dient te verlaten en verlaten te houden,



6.2.
wijst het meer of anders gevorderde af.


In reconventie




6.3.
wijst de vorderingen af.



In conventie en reconventie




6.4.
veroordeelt RS c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 2.796,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,



6.5.
veroordeelt RS c.s. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026.
4041/2009



§ 12 van de tijdbevrachtingsovereenkomst.


Artikel 3 lid 1 Rome I-Vo.


Artikel 858 BGB.


Artikel 866 BGB.


Artikel 858 BGB.


Artikel 7 van de bareboatovereenkomst.


Artikel 554 lid 2 HGB.
Link naar deze uitspraak