Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOBR:2026:7314 
 
Datum uitspraak:16-10-2026
Datum gepubliceerd:27-10-2026
Instantie:Rechtbank Oost-Brabant
Zaaknummers:26/2238
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:Een termijn van twaalf maanden is een redelijke termijn om te beslissen op een aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de hzk-regeling. Verzoeker heeft de Dienst Toeslagen prematuur in gebreke gesteld. Verzoek om proceskostenvergoeding wordt daarom afgewezen.
Trefwoorden:zorgtoeslag
 
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 26/2238

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2026 in de zaak tussen



[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. C.F.T. Hegger),

en



Dienst Toeslagen.




Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van Dienst Toeslagen in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door Dienst Toeslagen. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat Dienst Toeslagen op 6 augustus 2026 alsnog een besluit heeft genomen.


1.1.
De rechtbank heeft Dienst Toeslagen in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Dienst Toeslagen heeft de rechtbank meegedeeld uiterlijk 10 februari 2027 op de aanvraag van verzoeker te moeten beslissen. De ingebrekestelling is volgens Dienst Toeslagen prematuur, omdat een beslistermijn van twaalf maanden geldt.



1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.


Toetsingskader


3. Bij het ontbreken van een bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn voor het geven van een beschikking, dient de beschikking te worden gegeven binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. Indien een beschikking niet binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn kan worden gegeven, deelt het bestuursorgaan dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Een beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is en twee weken zijn verstreken na de dag waarop de aanvrager het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke heeft gesteld.


Procesverloop


4. Verzoeker heeft op 10 februari 2026 een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de HZK-regeling. Dienst Toeslagen heeft verzoeker bij brief van 31 maart 2026 overeenkomstig artikel 4:13 en artikel 4:14, derde lid, van de Awb meegedeeld dat hij voor 10 februari 2027 een brief krijgt over de vraag of de regeling voor hem geldt. Verzoeker heeft Dienst Toeslagen op 17 juli 2026 in gebreke gesteld. De rechtbank heeft het beroep van verzoeker tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag door Dienst Toeslagen ontvangen op 3 augustus 2026.


Standpunt van Dienst Toeslagen


5. Dienst Toeslagen wijst erop dat de hzk-regeling slechts één onderdeel vormt van de brede hersteloperatie toeslagen. Daarnaast wijst Dienst Toeslagen op de grote hoeveelheid (mogelijk) gerechtigden, de uitzonderlijke complexiteit en de enorme schaal van de uitvoering van deze operatie. Om de uitvoering onder de extreme druk beheersbaar te houden en de vereiste zorgvuldigheid te kunnen waarborgen, is aansluiting gezocht bij de beslistermijnen uit de Wet herstel toeslagen (de Wht). Er is gekozen voor een termijn van twaalf maanden, die gezien kan worden als bestaande uit een beslistermijn van zes maanden, direct aangevuld met een verdagingstermijn van zes maanden. Volgens Dienst Toeslagen is deze termijn noodzakelijk om de heringerichte processen zorgvuldig te doorlopen, de grote hoeveelheid individuele beoordelingen van zelfmelders naar behoren uit te voeren en rechtsgelijkheid te borgen met de overige regelingen binnen de Wht. Dienst Toeslagen voert aan dat het van groot belang is om de beoordelingen zorgvuldig te doen en nieuwe fouten te voorkomen en dat dat meer tijd vergt dan gebruikelijk.


Overwegingen


6. De rechtbank oordeelt dat gelet op de argumenten die Dienst Toeslagen heeft aangevoerd, een termijn van in totaal twaalf maanden een redelijke termijn is als bedoeld in artikel 4:14, derde lid, van de Awb.

7. Verzoeker heeft Dienst Toeslagen in gebreke gesteld voordat de beslistermijn was verstreken. Dienst Toeslagen heeft de beslistermijn op twaalf maanden gesteld. Daarmee voldoet het beroep niet aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Dit heeft tot gevolg dat het verzoek als kennelijk ongegrond wordt afgewezen.








Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.



Deze uitspraak is gedaan door mr. G. de Jong, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Maas, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2026.













griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.


Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Dit volgt uit artikel 4:13, eerste lid, van de Awb.


Dit volgt uit artikel 4:14, eerste lid, van de Awb.


Dit volgt uit artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.


Regeling huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget.


Artikel 6.2, eerste lid, van de Wht.
Link naar deze uitspraak