|
|
|
| ECLI:NL:RBOVE:2026:6698 | | | | | Datum uitspraak | : | 21-10-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 05-11-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Overijssel | | Zaaknummers | : | C/08/352351 / JE RK 26-16 C/08/352351 / JE RK 26-16 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Machtiging tot uithuisplaatsing in een crisisgroep, omdat de minderjarige meer hulp, begeleiding en structuur nodig heeft dan zij op dit moment ontvangt. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | | Uitspraak | RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zwolle
Zaaknummer: C/08/352351 / JE RK 26-1674
Datum uitspraak: 21 oktober 2026
Beschikking machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van:
Jeugdbescherming Gelderland (Regio Noord),
de gecertificeerde instelling, hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Apeldoorn,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
bijgestaan door mr. N.R. Breman-Kleine,
[de pleegvader]
,
hierna te noemen: de pleegvader,
wonende in [woonplaats 2] ,
en [minderjarige].
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter heeft op 14 oktober 2026 in deze zaak een tussenbeschikking gegeven waarbij een spoedmachtiging is verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van twee weken tot 28 oktober 2026. De beslissing op het verzoek van de GI is voor het overige door de kinderrechter aangehouden.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2026. Daarbij waren aanwezig:
de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
de pleegvader, en
- [naam 1] en [naam 2] , vertegenwoordigers van de GI.
Aan de heer [naam 3] , de partner van de moeder, heeft de kinderrechter bijzondere toegang verleend.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft de kinderrechter een e-mail gestuurd met daarin haar mening op 18 oktober 2026.
2De feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft op een crisisgroep in [plaats] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 juni 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 20 juni 2027.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 juni 2026 ook de machtiging verlengd tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 20 juni 2027.
3Het aangehouden verzoek
3.1.
Er dient nog beslist te worden op het aangehouden deel van het verzoek van de GI tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van twee maanden. De GI heeft tijdens de zitting het verzoek gewijzigd. De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een residentiële crisisgroep te verlenen voor de duur van zes weken vanaf de plaatsingsdatum van [minderjarige] . De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Op de zitting geeft de GI aan dat het knap is dat [minderjarige] ervoor open staat om tijdelijk op de groep te verblijven om tot rust te komen. [minderjarige] verblijft op een residentiële crisisgroep en begint steeds meer te wennen. [minderjarige] kan daar maximaal zes weken blijven. De GI is op zoek naar een perspectiefbiedende plek waar [minderjarige] toe kan werken naar zelfstandigheid. Als er nog geen passende plek is gevonden voor [minderjarige] na het verblijf op de crisisgroep, dan gaat [minderjarige] weer bij de pleegvader wonen. De GI wil namelijk niet dat [minderjarige] weer overgeplaatst wordt. [minderjarige] wil graag een perspectiefbiedende plek bij ’s Heerenloo in Apeldoorn.
4De standpunten
4.1.
[minderjarige] vindt het fijn dat zij op de groep in [plaats] geholpen wordt. [minderjarige] mist haar plekje bij de pleegvader thuis, maar zij vindt het belangrijk dat ze op de groep aan zichzelf kan werken. De hulp op de groep past beter dan de hulp die [minderjarige] kreeg van Karakter.
4.2.
De moeder is het eens met het verzoek van de GI, omdat [minderjarige] hulp nodig heeft. Tegelijkertijd maakt de moeder zich wel zorgen over de vele wisselingen in woonplek die [minderjarige] al heeft meegemaakt. [minderjarige] is altijd welkom bij de moeder, ook al zit de moeder op dit moment in een lastige situatie. De moeder heeft telefonisch contact met [minderjarige] . De moeder vindt het vervelend dat zij niet goed geïnformeerd wordt over de ontwikkelingen in het leven van [minderjarige] .
4.3.
De pleegvader is het eens met het verzoek van de GI. Het ging de laatste periode niet goed met [minderjarige] . [minderjarige] heeft hulp nodig voor de problemen die ze heeft door alles wat ze heeft meegemaakt in haar leven. Om [minderjarige] uit de bestaande cyclus te halen, is het nodig dat ze begeleiding krijgt, toezicht heeft en tot rust kan komen. De pleegvader heeft dagelijks contact met [minderjarige] . Ook heeft hij veelvuldig contact met de moeder.
5De beoordeling
5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter zal het gewijzigde verzoek van de GI daarom toewijzen en legt hieronder uit waarom.
5.2.
De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat het verzoek wordt toegewezen. [minderjarige] verblijft op dit moment op een crisisgroep, omdat het in de thuissituatie niet goed ging met [minderjarige] . [minderjarige] heeft namelijk meer hulp nodig dan zij in het ambulante kader ontving. Op de crisisgroep krijgt [minderjarige] wel de hulp, begeleiding en structuur die zij nodig heeft. Het is voor [minderjarige] van belang dat dit de komende weken zo blijft, zodat [minderjarige] tot rust kan komen en op een veilige manier kan toewerken naar zelfstandigheid. Iedereen is het erover eens dat [minderjarige] op dit moment op een goede en veilige plek zit waar zij de structuur en hulp krijgt die ze nodig heeft. De kinderrechter zal daarom het verzoek van de GI toewijzen.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 28 oktober 2026 tot 25 november 2026,
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026 door mr. A.M. Koene, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S. Koster als griffier, en op schrift gesteld op 4 november 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|